Kerkel. hiŽrarchie
  Collegiale organen
 Religieuze
   gemeenschappen

 Lekenorganisaties


 Links
 Gastenboek
 over deze site



Home > Rooms-Kath. Kerk > De kerkelijke hiŽrarchie


De kerkelijke hiŽrarchie

In de Rooms-Katholieke Kerk worden de herderlijke en bestuurlijke ambten
toegekend aan personen wier roeping door een wijding bevestigd is


- Inleiding - Rangorde -

- Paus - Patriarch - Aartsbisschop - Bisschop - Prelaat -

- Vicaris - Deken - Pastoor - Kapelaan - Diaken -

- Pastoraal werker - Catechist -




INLEIDING


- De Rooms-Katholieke Kerk is een gemeenschap van mensen die rondom haar ambtsdragers wil leven in navolging van Christus. De Kerk wil dus geen abstract, onpersoonlijk of bureaucratisch instituut zijn, maar een netwerk waarin concrete personen en mensen centraal staan.
- Tegelijk weet de Kerk dat een goede organisatie ook belangrijk is voor het kerkelijke en geestelijke leven van de gelovigen en daarmee ook voor de dienst aan God.
- Het bewaren van het evenwicht tussen personen en structuren is daarom een belangrijke taak van al diegenen die in de Kerk leiding geven.

Structuur
- In de Katholieke Kerk bestaan er twee basishiŽrarchiŽn: de wijdingshiŽrarchie (Lat.: hierarchia ordinis) en de bestuurshiŽrarchie (Lat.: hierarchia jurisdictionis). Daarnaast is er nog de protocollaire hiŽrarchie die de rangorde en de voorrang van de diverse ambtsdragers aangeeft.
- Het woord hiŽrarchie komt van het Griekse hiera archŤ, dat heilige orde betekent.

WijdingshiŽrarchie
- De wijdingshiŽrarchie (Lat.: hierarchia ordinis) wordt van goddelijk recht genoemd omdat die teruggaat op de wijdingsmacht (Lat.: potestas ordinis) die door Christus aan de apostelen is verleend.

De Rooms-katholieke Kerk kent de volgende wijdingen:
- De Bisschopswijding
- De Priesterwijding
- De Diakenwijding
Iedereen die door wijding tot diaken, priester of bisschop tot de geestelijkheid behoort, maakt deel uit van de wijdingshiŽrarchie. Deze plaats en wijding zijn in de eerste plaats een geestelijke zaak. Functionele taken vloeien er niet direct uit voort. Daarvoor moet een gewijd persoon eerst worden opgenomen in de bestuurshiŽrarchie.

BestuurshiŽrarchie
- De bestuurshiŽrarchie (Lat.: hierarchia jurisdictionis) is een nadere en meer concrete uitwerking van de wijdingshiŽrarchie. Met het groter worden van de Kerk nam het aantal ambten en taken toe en deze kregen geleidelijk aan een rangorde zoals die in de bestuurshiŽrarchie tot uitdrukking komt. Deze bestuurshiŽrarchie is dus van historische en niet van goddelijke oorsprong.
- De bestuurshiŽrarchie en de wijdingshiŽrarchie zijn nauw met elkaar verweven, maar vallen niet volledig samen. Er wordt gestreefd naar een zo volledig mogelijke koppeling tussen de wijdingshiŽrarchie en de jurisdictie van de bestuurshiŽrarchie, maar om uiteenlopende redenen is dat niet volledig haalbaar gebleken.

Erefuncties
- Als hoogste blijk van waardering kan de Paus aan verdienstelijke priesters en bisschoppen verschillende kerkelijke erefuncties toekennen: bisschoppen kunnen tot kardinaal worden verheven en priesters kunnen in aanmerking komen voor de titels van Apostolisch Protonotaris, Ereprelaat of Erekapelaan.
- Priesters en bisschoppen komen niet voor de pauselijke ridderorden of de pauselijke onderscheidingen in aanmerking.

Collegiale organen
- De hiŽrarchische structuur van de Kerk is opgebouwd uit ambtsdragers, die als eenhoofdige organen fungeren. Daarnaast zijn er ook diverse zogeheten collegiale organen waarin deze individuele ambtsdragers hun bevoegdheden op gezamelijke, collegiale wijze uitoefenen.

De Rooms-Katholieke Kerk kent de volgende collegiale organen:
- Het Algemeen Concilie
- Het College van Kardinalen
- De Bisschoppensynode
- De Bisschoppenconferenties
- De Diocesane synodes
- De Kathedrale kapittels

Lekenfuncties
- Naast de ambten die vervuld worden door personen die een wijding hebben ontvangen, zijn er in de Rooms-Katholieke Kerk ook functies die vervuld worden door niet-gewijde personen, de zogeheten leken. Het gaat hier om de functies van pastoraal werker en van catechist.
- Omdat voor deze functies geen wijding vereist is, kunnen zij zowel door mannen als door vrouwen vervuld worden, en eveneens door personen die gehuwd zijn.

Plaats binnen de Kerk
- Naast de hiŽrarchie waarin de gewijde ambtsdragers met elkaar verbonden zijn, kent de Rooms-Katholieke Kerk ook vele religieuze gemeenschappen, zoals (klooster)ordes en congregaties, alsmede de lekenorganisaties, waarin de gewone gelovigen zich op velerlei wijze verenigen.

Ten Vaticane
- Binnen de Romeinse curie worden de zaken met betrekking tot bisschoppen geregeld door de Congregatie voor de Bisschoppen en de zaken met betrekking tot priesters door de Congregatie voor de Clerus.


Links en bronnen
- Wikipedia-artikelen: Hierarchy of the Catholic Church - Geschiedenis van de rooms-katholieke klerikale kledij


Home > Rooms-Kath. Kerk > De hiŽrarchie - naar boven


- RANGORDE -


Personen die tot diaken, priester of bisschop gewijd zijn komen in aanmerking voor de volgende kerkelijke ambten, die hier in de protocollaire volgorde van hoog naar laag worden opgesomd. Hierin zijn ook de verschillende erefuncties en titulaire ambten opgenomen.


Ambten voor tot bisschop gewijde personen:
- Paus

- Kardinalen:
- Kardinaal-bisschoppen:
      - Kardinalen van de Latijnse ritus
      - Kardinalen van de Oosterse riten
- kardinaal-priesters
- Kardinaal-diakens
- Patriarchen

- Aartsbisschoppen:
- Primaten
- Groot Aartsbisschoppen
- Residerende Aartsbisschoppen
- Titulaire Aartsbisschoppen
- Bisschoppen:
- Residerende Bisschoppen
- Titulaire Bisschoppen
- Lagere Prelaten:
- Prelaten Nullius
- Abten Nullius
- Abten
- Apostolische Exarchen
- Apostolische Vicarissen
- Apostolische Prefecten
- Apostolische Administratoren
- Prelaten van Personele Prelaturen

Ambten voor tot priester gewijde personen:
- Monsignori:
- Apostolische Protonotarissen:
      - De Numero
      - Supernumerarii
- Oversten en Proosten

- Kanunniken

- Monsignori:
- Ereprelaten van Zijne Heiligheid
- Erekapelaans van Zijne Heiligheid
- Vicarissen:
- Vicarissen-Generaal
- Bisschoppelijke Vicarissen
- Aartspriesters

- Dekens

- Pastoors en Rectors

- Kapelaans


Ambten voor tot diaken gewijde personen:
- Diakens


Deze international geldende rangorde is vastgesteld op het Weense Congres van 1815 en is tot op de dag van vandaag van kracht.


Home > Rooms-Kath. Kerk > De hiŽrarchie - naar boven


- PATRIARCH -


Algemeen
- Patriarch is een eretitel die vanouds toekomt aan enkele van de oudste en belangrijkste bisschopszetels. Voor het overige is de positie van een patriarch vergelijkbaar met die van een aartsbisschop.
- De westerse Rooms-Katholieke Kerk kent tegenwoordig nog maar drie Patriarchen: die van Jeruzalem, VenetiŽ en Lissabon. Hun kathedraal voert de eretitel patriarchale basiliek.
- In de Oosterse Katholieke Kerken en de Oosterse Orthodoxe Kerken komt de titel patriarch veel vaker voor omdat deze daar doorgaans het hoofd van een nationale kerk of een specifieke ritus is.




Zijne Zaligheid Fouad Twal, de Latijnse patriarch van Jeruzalem
hier gekleed in liturgische kledij met koorkap
(foto: www.lpj.org)


Kledij en attributen
- Een patriarch voert dezelfde attributen als een aartsbisschop, namelijk een kromstaf, een ring, een borstkruis en het pallium.
- De patriarchen van VenetiŽ en Lissabon mogen als onderdeel van de koorkledij een rode bonnet met rode pompoen dragen, dit voor zover zij geen kardinaal zijn, want die mogen geen pompoen op hun bonnet hebben. Dit is het enige kledingstuk dat deze patriarchen van aartsbisschoppen onderscheidt, die laatsten dragen immers een paarse bonnet.

Titulatuur
- Adressering: Zijne Zaligheid
- Aanhef: Zaligheid
- Aanspreektitel:

Heraldiek
- Een patriarch mag net als een aartsbisschop achter zijn wapenschild een twee-armig processiekruis plaatsen en net als alle bisschoppen boven het schild een groene prelatenhoed voeren, die ter aanduiding van zijn eigen rang aan weerszijden voorzien mag zijn van telkens 15 en dus in totaal 30 groene kwasten.

Oorsprong en ontwikkeling
- Oorspronkelijk was een patriarchaat een door Petrus zelf gestichte bisschopszetel: Rome, AntiochiŽ en het door zijn leerling Marcus gestichte AlexandriŽ. De patriarch had de zeggenschap over de aartsbisschoppen in zijn gebied.
- Nog in de Oudheid werden ook Jeruzalem en Constantinopel en het in ItaliŽ gelegen Byzantijnse centrum Aquileia tot patriarchaat verheven. Deze laatste titel ging in 1451 over op de aartsbisschop van VenetiŽ.
- Na het schisma van 1054 werden in het Westen nieuwe patriarchaten opgericht. Deze patriarchaten waren echter ondergeschikt aan de Paus als patriarch van Rome en zijn daarmee niet veel meer dan titulaire erefuncties.
- In 1716 werd de aartsbisschop van Lissabon verheven tot patriarch voor de West-IndiŽn en de (eveneens Portugese) aartsbisschop van de kolonie Goa werd in 1886 verheven tot patriarch van de Oost-IndiŽn.
- De titel van Patriarch van West-IndiŽ werd in 1963 opgeheven en hetzelfde gebeurde in 1964 met de titels van Latijns Patriarch van AntiochiŽ, van AlexandriŽ en van Constantinopel. Paus Benedictus XVI deed in 2006 afstand van de titel Patriarch van het Westen.


Links
- Artikel in de Catholic Encyclopedia: Patriarch and Patriarchate (1911)
- RKK Katholicisme Encyclopedie: Lijst van alle Patriarchen
- Over de bonnet: Beretta

Home > Rooms-Kath. Kerk > De hiŽrarchie - naar boven


- AARTSBISSCHOP -


Algemeen
- Aartsbisschoppen zijn bisschoppen op een belangrijke en vaak oude zetel, die een coŲrdinerende rol hebben voor de bisschoppen in hun omgeving. De bisschoppen en bisdommen onder hun gezag vormen samen een kerkprovincie.
- In Europese landen die uit meerdere aartsbisdommen bestaan, voert de aartsbisschop op de oudste zetel de eretitel primaat. Zo is bijvoorbeeld de Paus, als aartsbisschop van Rome, de primaat van ItaliŽ, de aartsbisschop van Toledo de primaat van Spanje en de aartsbisschop van Gniezno de primaat van Polen.
- In 2003 telde de Kerk 573 aartsbisschoppen.

Kledij en attributen
- Een aartsbisschop voert dezelfde attributen als een bisschop, namelijk een kromstaf, een ring en een borstkruis. Daarnaast mag hij als bijzonder teken van zijn ambt tijdens liturgievieringen het pallium dragen.

Titulatuur
- Adressering: Zijne Hoogwaardige Excellentie, Monseigneur N.N.
- Aanhef: Hoogwaardige Excellentie, Monseigneur
- Aanspreektitel: Monseigneur

Heraldiek
- Een aartsbisschop mag net als alle bisschoppen boven het schild een groene prelatenhoed voeren, die ter aanduiding van zijn eigen rang aan weerszijden voorzien mag zijn van telkens 10 en dus in totaal 20 groene kwasten.
- Bovendien mag een aartsbisschop in plaats van het gewone processiekruis een twee-armig processiekruis achter zijn wapenschild plaatsen.
- Niet voorgeschreven, maar wel gebruikelijk is dat een aartsbisschop ook een wapenspreuk kiest, die dan vermeld wordt op een lint onder het schild.


Links
- Artikel in de Catholic Encyclopedia: Archbishop (1907)


Home > Rooms-Kath. Kerk > De hiŽrarchie - naar boven


- BISSCHOP -


Algemeen
- Centraal in de hiŽrarchische structuur van de Kerk staan de bisschoppen. Zij zijn de rechtstreekse opvolgers van de eerste apostelen en daarom komen aan hen alle kerkelijke taken en bevoegdheden toe.
- De bisschop heeft herderlijke en bestuurlijke bevoegdheid over een aan hem toevertrouwd bisdom. Zaken met betrekking tot een bisdom worden 'diocesaan' genoemd.
- In 2003 telde de Kerk 1935 residerende bisschoppen.

Taken
- Een bisschop heeft als taak het verkondigen van het geloof, het heiligen van de gelovigen en het besturen van de de aan hem toevertrouwde geloofsgemeenschap.

Titulaire bisschoppen
- Bisschoppen die geen eigen bisdom besturen worden titulair bisschop van een niet meer bestaand bisdom. Omdat zulke bisdommen vaak liggen in gebieden waar het Christendom door een andere religie vervangen is, heetten titulaire bisschoppen vroegen bisschop in partis infidelium (vert.: in het gebied der ongelovigen, afgekort: i.p.i.).
- Tot titulair bisschop worden benoemd: hulpbisschoppen en coadjutors van residerende (aarts)bisschoppen, apostolische vicarissen in missiegebieden, nuntii, secretarissen van de congregaties van de Romeinse Curie, alsmede degenen die tot kardinaal worden verheven maar op dat moment nog geen bisschop zijn.

Hulpbisschoppen
- Hulpbisschoppen zijn bisschoppen die de leidinggevende bisschop bijstaan, met name op het gebied van de sacramenten. Hij kan dit doordat hij ook de bisschopswijding heeft ontvangen en zodoende o.a. de aan een bisschop voorbehouden sacramenten kan bedienen. Een hulpbisschop bezit echter geen bestuursmacht, tenzij hij tevens tot vicaris(-generaal) benoemd is.

Kledij en attributen
- Een bisschop voert als tekenen van zijn ambt een bisschopelijke herdersstaf of kromstaf. Deze voert hij alleen bij liturgische vieringen met zich mee en wel met de krul naar buiten toe, ten teken van zijn herderlijke gezag over zijn bisdom.
- Voorts draagt een bisschop een bisschopsring en een borstkruis (Lat.: pectorale). Tijdens liturgievieringen wordt het borstkruis aan een goud-groen koord gedragen. In de dagelijkse praktijk wordt het aan een eenvoudige ketting gedragen en vaak in de borstzak van het overhemd gedaan, zodat alleen de schuinweglopende ketting te zien is.
- Vroeger droegen bisschoppen ook een breedgerande bolle hoed, maar deze werd beneden de grote rivieren door alle geestelijken gedragen.
- Als koorkledij dragen bisschoppen een rochet (halflang en met kant versierd wit koorhemd met smalle mouwen) over een paarse toog (soutane) met paarse sjerp, met hieroverheen een paarse schoudermantel (mozetta), alles voorzien van een paarse zoom en paarse knopen. Als hoofddeksel kan hierbij een paarse bonnet met een paarse pompoen worden gedragen.

Titulatuur
- Adressering: Zijne Hoogwaardige Excellentie, Monseigneur
- Aanhef: Hoogwaardige Excellentie, Monseigneur
- Aanspreektitel: Monseigneur

Heraldiek
- Een bisschop mag boven zijn wapenschild een groene prelatenhoed voeren met aan weerszijden telkens 6 en dus in totaal 12 groene kwasten. Bovendien mag hij een gewoon eenarmig processiekruis achter het schild plaatsen.
- Niet voorgeschreven, maar wel gebruikelijk is dat een bisschop ook een wapenspreuk kiest, die dan vermeld wordt op een lint onder het schild.

Oorsprong
- De term bisschop komt van het Griekse woord episkopos dat opzichter, toezichthouder betekent.


Home > Rooms-Kath. Kerk > De hiŽrarchie - naar boven


- LAGERE PRELATEN -


Algemeen
- De term prelaat is een verzamelnaam voor alle hogere geestelijken die de gewone kerkelijke jurisdictie (bestuursbevoegdheid) bezitten. De meest voorkomende prelaten zijn dus de bisschoppen en aartsbisschoppen, maar bijvoorbeeld ook abten en hoge oversten die een vergelijkbare jurisdictie over hun kloosters en religieuze gemeenschappen hebben.
- Er zijn daarnaast ook nog enkele ambtsdragers die wel jurisdictie bezitten, maar die Dit worden lagere prelaten genoemd.
- Daarnaast is er nog de eretitel Ereprelaat van Z.H. de Paus die aan zeer verdienstelijke priesters kan worden verleend.

Territoriale prelaturen
- Een territoriale prelatuur is een gebied dat onder leiding staat van een prelaat en niet onder een bisdom valt, maar rechtstreeks onder de jurisdictie van de Paus valt.
- De prelaat van een territoriale prelatuur wordt traditioneel ook wel een Prelaat Nullius genoemd, wat aangeeft dat hij een prelaat zonder bisdom in de gebruikelijke zin is.
- In 2013 waren er in de Rooms-Katholieke Kerk 44 territoriale prelaturen, allen van de Latijnse ritus.

Personele prelaturen
- Een personele prelatuur is In plaats van jurisdictie over een bepaald gebied, heeft de prelaat van een persoonlijke prelatuur zeggenschap over de leden van deze prelatuur, ongeacht waar ze zich bevinden.
- De tot nu toe enige persoonlijke prelatuur is die van het Opus Dei, die in 1982 door paus Johannes Paulus II werd opgericht middels de apostolische constitutie Ut sit. In 2012 omvatte de personele prelatuur van het Opus Dei ruim 91.000 personen, waaronder 2000 priesters.

Titulatuur
- Adressering: Zijne Hoogwaardige Excellentie, Monseigneur
- Aanhef: Hoogwaardige Excellentie, Monseigneur
- Aanspreektitel: Monseigneur

Heraldiek
- Een prelaat nullius mag net als een gewone bisschop boven zijn wapenschild een groene prelatenhoed voeren met aan weerszijden telkens 6 en dus in totaal 12 groene kwasten. Hij mag echter geen processiekruis achter het schild plaatsen.


Links en bronnen
- Wikipedia: Prelate
- Artikel in de Catholic Encyclopedia: Prelate (1911)


Home > Rooms-Kath. Kerk > De hiŽrarchie - naar boven


- VICARISSEN -


Algemeen
- Vicarissen zijn priesters die de bisschop bijstaan in het besturen van het bisdom en zo nodig met speciale toestemming ook enkele sacramentele taken kunnen overnemen. Dit laatste gebeurd met name voor het toedienen van het Vormsel.
- Er zijn zowel vicarissen-generaal als bisschoppelijke vicarissen en samen vormen zij de Bisschopsraad die de bisschop adviseert over het beleid voor zijn bisdom.
- Het ambt van vicaris-generaal en van bisschoppelijk vicaris kan worden uitgeoefend door een priester of door een hulpbisschop. Beiden verliezen hun ambt van rechtswege zodra de bisschop overlijdt.

Vicarissen-generaal
- Een vicaris-generaal is de plaatsvervanger van de bisschop en is alszodanig bevoegd om de uitvoerende macht van de bisschop over het gehele bisdom uit te oefenen.

Bisschoppelijke vicarissen
- Naast de vicaris-generaal kan een bisschop naar behoefte een of meerdere bisschoppelijke vicarissen benoemen. Ook zij beschikken over de uitvoerende macht van de bisschop, maar dan beperkt tot een geografisch gedeelte van het bisdom, of tot een bepaald beleidsterrein, zoals bijvoorbeeld religieus leven of gelovigen van een andere rite.
- Volgens het kerkelijk wetboek dient er altijd een vicaris te zijn die optreedt als kerkelijk rechter en alszodanig de titel officiaal voert.

Titulatuur
- Adressering: De Hoogwaardige Heer, Monseigneur N.N.
- Aanhef: Hoogwaardige Heer, Monseigneur
- Aanspreektitel: Monseigneur

Heraldiek
- Vicarissen mogen, net als dekens, boven hun wapenschild een zwarte prelatenhoed met aan weerszijden telkens 2 en dus in totaal 4 afhangende zwarte kwasten voeren.
- Vicarissen-generaal mogen de zwarte prelatenhoed met aan weerszijden 3 en dus in totaal 6 afhangende kwasten voeren.

Oorsprong en ontwikkeling
- Het woord vicaris komt van het Latijnse vicarius dat plaatsvervanger betekent.
- Reeds in de vroeger middeleeuwen benoemden bisschoppen plaatsvervangers om in hun naam het bisdom of delen daarvan te beheren. Omdat bisdommen met name in Noord-West Europa aanvankelijk behoorlijk uitgestrekt waren, waren deze vaak verdeeld in aartsdiakonaten die onder leiding stonden van een aartsdiaken.
- De aartsdiaken was doorgaans een priester, die echter vergelijkbare bevoegdheden had als de bisschop. Vaak werden zij niet door de bisschop benoemd, maar door het kathedrale kapittel of ook wel door de koning of een vergelijkbare wereldlijke machthebber.
- Het Concilie van Trente maakte in 1553 een einde aan de nagenoeg onafhankelijke macht van de regionale aartsdiakens. Sindsdien is aartsdiaken niet veel meer dan een eretitel die aan een lid van een kathedraal kapittel wordt toegekend. Hun oorspronkelijke functie als plaatsvervanger van de bisschop werd overgenomen door de vicaris-generaal.


Links en bronnen
- Wikipedia: Vicar general - Archdeacon


Home > Rooms-Kath. Kerk > De hiŽrarchie - naar boven


- DEKENS -


Algemeen
- Dekens zijn priesters die een coŲrdinerende rol hebben voor een uit meerdere parochies bestaande regio van een bisdom.
- Een deken is altijd priester binnen het betreffende dekenaat, meestal de pastoor van een daarin gelegen parochie. De deken wordt, eventueel op voorstel van een dekenale raad, benoemd door de bisschop.

Taak
- De belangrijkste taak van een deken is het bevorderen van de zielzorg door middel van coŲrdinatie van de onder zijn zorg staande parochies.
- Daarnaast fungeert de deken ook als schakel tussen de parochies en het bisdom.

Titulatuur
- Adressering: Aan de Hoogeerwaarde heer N.N.
- Aanhef: Hoogeerwaarde heer
- Aanspreektitel:

Heraldiek
- Dekens mogen boven hun wapenschild een zwarte prelatenhoed met aan weerszijden telkens 2 en dus in totaal 4 afhangende zwarte kwasten voeren.

Oorsprong
- De term deken is afgeleid van dekenaat, wat op zijn beurt komt van het Latijnse decanatus, een gebied van (ongeveer) 10 parochies.


Links en bronnen
- Katholicisme Encyclopedie: Deken

Home > Rooms-Kath. Kerk > De hiŽrarchie - naar boven


- PASTOORS -


Algemeen
- Pastoors zijn priesters die de leiding hebben over een parochie en aldaar, namens de bisschop, zorg dragen voor het verkondigen, heiligen en besturen van de gelovigen (parochianen). Vanoudsher woont een pastoor in de pastorie naast de parochiekerk.
- Een pastoor oefent zijn ambt uit in naam en onder verantwoordelijkheid van een bisschop. Zodra een pastoor zijn ambt ingenomen heeft, kan de bisschop hem echter niet meer overplaatsen, behoudens diens toestemming, bijzondere omstandigheden of het neerleggen van diens ambt.
- In 2003 telde de Kerk naar schatting 200.000 pastoors.

Taken
- Een pastoor heeft, afgezien van de volmacht om de heilige wijdingen te verrichten, in zijn parochie de volledige jurisdictie. Voor het toedienen van het sacrament van het Vormsel en de wijding van de heilige oliŽn is echter een bijzondere toestemming van de bisschop nodig.

Rector
- Een rector is een priester die is aangesteld voor de zielzorg bij een kapel of heiligdom.
- Daarnaast is rector de eretitel voor de pastoor van een tot basiliek verheven kerk.

Plebaan
- De pastoor van een kathedraal, waar de zetel van de bisschop staat, heet een plebaan.

Kledij
- Voor alle priesters is het dragen van de witte priesterboord verplicht. Velen dragen deze als onderdeel van een zwart of grijs priesterhemd onder een zwart of grijs pak (het zogeheten clergyman). Oudere en/of wat meer progressieve priesters dragen echter ook wel gewone burgerkleding, met in plaats van de priesterboord een reversspeldje in de vorm van een kruisje.
- Als kledij voor bijzondere gelegenheden mag een pastoor een zwarte toog (soutane) met zwarte zoom, zwarte knopen en een zwarte sjerp dragen. Dit was tot 1962 de gebruikelijke kledij voor een priester.
- Als koorkledij draagt hij daaroverheen een superplie (halflang wit koorhemd met wijde mouwen) en als hoofddeksel kan hierbij een zwarte bonnet worden gedragen, eventueel voorzien van een zwarte pompoen.

Titulatuur
- Adressering: De Zeereerwaarde Heer N.N.
- Aanhef: Zeereerwaarde Heer
- Aanspreektitel: Mijnheer Pastoor/Rector

Heraldiek
- Pastoors en rectors mogen net als alle priesters boven hun wapenschild een zwarte prelatenhoed met aan weerszijden telkens 1 en dus in totaal 2 afhangende zwarte kwasten voeren.


Links en bronnen
- De Nederlandse Vereniging van Pastoraal Werkenden


Home > Rooms-Kath. Kerk > De hiŽrarchie - naar boven


- KAPELAANS -


Algemeen
- Kapelaans zijn priesters die de pastoor van een parochie assisteren. Omdat een kapelaan de priesterwijding heeft ontvangen, mag hij alles doen wat de pastoor ook mag, zij het onder diens verantwoordelijkheid.
- In Vlaanderen wordt een kapelaan veelal onderpastoor genoemd. De officiŽle kerkrechtelijke benaming van dit ambt is parochievicaris.
- In 2003 telde de Rooms-Katholieke Kerk naar schatting 50.000 kapelaans.

Titulatuur
- Adressering: De Weleerwaarde Heer N.N.
- Aanhef: Weleerwaarde Heer
- Aanspreektitel: Mijnheer Kapelaan

Heraldiek
- Kapelaans mogen net als alle priesters boven hun wapenschild een zwarte prelatenhoed met aan weerszijden telkens 1 en dus in totaal 2 afhangende zwarte kwasten voeren.

Oorsprong en ontwikkeling
- Sinds de vroege middeleeuwen was kapelaan de aanduiding voor een priester die verbonden was aan een kapel (tegenwoordig rector geheten). Sinds de Napoleontische tijd is de term kapelaan de gangbare benaming geworden voor een priester die als assistent van een pastoor fungeert.
- In tijden dat er nog veel priesters waren, hadden veel kerken naast de pastoor ťťn of zelfs meerdere kapelaans. Deze woonden net als de pastoor in de pastorie, al beschikten ze in Limburg ook wel over een aparte kapelanie. Als gevolg van het toenemende priestertekort in de Westerse wereld beschikken tegenwoordig nog maar weinig kerken over een kapelaan.


Home > Rooms-Kath. Kerk > De hiŽrarchie - naar boven


- DIAKENS -


Algemeen
- Diakens assisteren de pastoor van een parochie en hebben met zorg name voor de behoeftigen in de parochie. Een diaken wordt net als een priester gewijd door de bisschop, - Anders dan voor alle andere ambten die zijn voorbehouden aan hen die een wijding hebben ontvangen, staat het ambt van diaken ook open voor gehuwde mannen van rijpere leeftijd (Lat: viri probati).
- Een persoon die tot diaken is gewijd in afwachting van zijn priesterwijding wordt een 'transeunt diaken' genoemd, de anderen zijn permanente diakens.

Taken
- Een diaken mag krachtens zijn wijding tijdens de eucharistieviering het Evangelie voorlezen en de preek houden, alsmede de geloofsleer uitleggen (catechese), het sacrament van de Doop toedienen en sacramentalia bedienen.

Titulatuur
- Adressering: Eerwaarde Heer N.N.
- Aanhef: Eerwaarde Heer
- Aanspreektitel: Mijnheer

Heraldiek
- Omdat het diakenambt een opnieuw ingevoerd ambt is, is er voorzover bekend nog geen regeling over de heraldische tekenen die een diaken mag voeren.
- Uitgaande van de systematiek van de kerkelijke heraldiek zou een diaken eventueel alleen de prelatenhoed, dus zonder kwasten eraan kunnen voeren.

Oorsprong
- Voor het diakenschap bestaat een aparte wijding, die in onbruik was geraakt, maar die door Het Tweede Vaticaans Concilie, in de dogmatische constitutie Lumen Gentium, als zelfstandig ambt in ere is hersteld.


Links en bronnen
- Katholicisme Encyclopedie: Diaken


Home > Rooms-Kath. Kerk > De hiŽrarchie - naar boven


- PASTORAAL WERKERS -


Algemeen
- Pastoraal werkenden of werkers zijn lekengelovigen die in de meeste gevallen een theologische opleiding op HBO of universitair niveau hebben afgerond. Omdat voor deze functie geen wijding vereist is, kunnen zij zowel door mannen als door vrouwen vervuld worden, en eveneens door personen die gehuwd zijn.
- Pastoraal werkers komen vooral voor in Europese landen, waar zij niet zelden een belangrijke en soms zelfs centrale rol zijn gaan spelen in de parochies die als gevolg van het priestertekort geen eigen priester meer hebben.
- Voor pastoraal werkers is de aanspreektitel 'pastor' in gebruik gekomen, hoewel deze officieel is voorbehouden aan gewijde personen. Het gebruik ervan voor pastoraal werkers wordt dan ook door de kerkleiding afgekeurd.

Taken
- Na het verkrijgen van een bisschoppelijke zending mogen pastoraal werkers een pastoor bijstaan in de verkondiging en in de zorg voor de behoeftigen van een parochie. In het verleden werd aan pastoraal werkers regelmatig toestemming verleend om het sacrament van de Doop te mogen toedienen, maar dit gebeurt tegenwoordig steeds minder.




Drie pastoraal werkers gekleed in een kovel met een
driehoekige lectorenkraag in de liturgische kleur
(foto: www.rkwalcheren.nl, 2010)


Kledij
- Pastorale werkers dragen gewone burgerlijke kleding, zij het dat daar als uiting van hun functie vaak een speld of een hanger met een kruisje bij gedragen wordt.
- Tijdens de liturgie dragen pastoraal werkers vaak een zogeheten gebedsmantel. Dat is een wijde mantel die lijkt op een kazuifel, maar doorgaans een neutrale lichte kleur heeft, terwijl een kazuifel altijd de voorgeschreven liturgische kleur heeft. Ook worden wel een monniksgewaad (kovel) of een albe gedragen.
- Over hun gewaad heen dragen pastoraal werkers meestal een driehoekige lectorenkraag in de liturgische kleur, of soms ook een stola op de manier waarop priesters deze dragen. Omdat de stola is voorbehouden aan gewijde ambtsdragers, is het gebruik ervan door pastorale werkers officieel echter niet toegestaan.

Titulatuur
- Adressering: De heer, mevrouw N.N.
- Aanhef: Mijnheer, Mevrouw, Pastor
- Aanspreektitel: Mijnheer, Mevrouw, Pastor

Heraldiek
- Omdat deze functie van recente datum is, zijn er geen speciale heraldische onderscheidingstekens, anders dan die voor burgers in het algemeen. Het komt echter zeer zelden voor dat pastoraal werkers een wapen voeren.


Links en bronnen
- De Nederlandse Vereniging van Pastoraal Werkenden


Home > Rooms-Kath. Kerk > De hiŽrarchie - naar boven


- CATECHISTEN -


Algemeen
- Catechisten vervullen vaak vergelijkbare taken als pastorale werkers, maar dan ter assistentie van priesters (missionarissen) in missiegebieden.
- Omdat voor deze functie geen wijding vereist is, kan hij zowel door mannen als door vrouwen vervuld worden, en eveneens door personen die gehuwd zijn.
- Vanwege hun werk in missiegebieden lag en ligt de nadruk van het werk van een catechist op het geloofsonderricht (catechese), maar wordt ook wel gewoon onderwijs gegeven.

Titulatuur
- Adressering: De heer, mevrouw N.N.
- Aanhef: Mijnheer, Mevrouw
- Aanspreektitel: Mijnheer, Mevrouw

Heraldiek
- Omdat deze functie van recente datum is, zijn er geen speciale heraldische onderscheidingstekens, anders dan die voor burgers in het algemeen. Het komt echter zeer zelden voor dat catechisten een wapen voeren.


Home > Rooms-Kath. Kerk > De hiŽrarchie - naar boven


Katholiek.org © 2006-2014