Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Erefuncties

Erefuncties

Als hoogste blijk van waardering kan de Paus erefuncties verlenen
aan bisschoppen, priesters en lekengelovigen:


- Kardinaal - Protonotaris - Ereprelaat - Erekapelaan - Kamerheer -

Daarnaast kunnen bisschoppen de erefunctie van kanunnik verlenen.


- KARDINAAL VAN DE H. ROOMSE KERK -


Inleiding
- Kardinaal van de Heilige Roomse Kerk (Lat.: Sanctae Romanae Ecclesiae Cardinalis) is na het Pausschap het hoogste ambt in de Rooms-Katholieke Kerk. Om die reden werden kardina- len vroeger wel de "prinsen der Kerk" genoemd.
- Het kardinaalschap wordt door de Paus als hoogst mogelijke gunstbewijs verleend aan verdienstelijke (aarts)bisschoppen.
- Alszodanig gelden zij vanoudsher als topad- viseurs van de Paus, maar belangrijker is dat zij de taak hebben om na het overlijden van de zittende Paus een nieuwe Paus te kiezen (zie daarover de procedures tijdens de Sede Va- cante).

Benoeming
- Kardinalen worden door de Paus persoonlijk en op eigen initiatief benoemd. Hierbij volgt eerst de bekendmaking van de namen van de begunstigden, die dan vervolgens korte tijd later op een consistorie-vergadering officieel word- en "gecreëerd", zoals de verheffing tot kardinaal traditioneel heet.
- De Paus kan een kardinaal ook "in zijn hart" (Lat.: in pectore; It.: in petto) benoemen: dat wil zeggen dat die persoon wel officieel benoemd is en als kardinaal geldt, alleen wordt diens naam (nog) niet bekend gemaakt, bij- voorbeeld wanneer dat onwenselijke gevolgen zou kunnen hebben vanwege diens positie of het land waarin hij verblijft.
- Alle kardinalen zijn automatisch lid van het College van Kardinalen.

Uitreiking
- De creatie geschiedt doordat de Paus tijdens een openbare plechtigheid aan elke kandidaat de rode bonnet en de bijbehorende benoemingsoorkonde overhandigt. Tijdens het eerste consistorie van paus Benedictus XVI kregen de kardinalen hun traditionele kardinaalsring uitgereikt tijdens de mis op de daaropvolgende dag.
- Hierbij leggen de nieuwe kardinalen de volgende eed af:
"Ik N.N., kardinaal van de Heilige Kerk van Rome, beloof en zweer van nu af tot mijn dood altijd trouw te zijn aan Christus en zijn Evangelie en voortdu- rend gehoorzaam te zijn aan de Heilige Roomse Apostolische Kerk en aan de Heilige Petrus in de persoon van de Opperpriester (naam van de Paus) en zijn wettig gekozen opvolgers; en ik beloof en zweer altijd de gemeenschap met de Katholieke Kerk te bewaren, in woord en gedachte; geen geheimen die aan mij werden toevertrouwd te onthullen, noch zaken die de Heilige Kerk kunnen beschadigen of onteren; met grote ijver en trouw de taken uit te voeren waartoe ik bij mijn dienst aan de Kerk geroepen ben in overeen- stemming met de wet. Zo helpe mij God Almachtig."


Paus Johannes Paulus II overhandigt in 2003 de rode bonnet
aan de aartsbisschop van Florence, mgr. Ennio Antonelli

Kandidaten
- In vroeger eeuwen kon elke man die de Paus dat ambt waardig achtte tot kardinaal worden verheven, ongeacht of hij leek was, danwel tot diaken, priester of bisschop gewijd was. Het kardinaalschap was strikt genomen immers niet veel meer dan een eretitel waaraan geen liturgische of andere taken aan verbonden zijn die een wijding noodzakelijk maken.
- Paus Johannes XXIII besloot echter in 1962 om alle toenmalige kardinalen tot bisschop te laten wijden, zodat zij alszodanig aan het Tweede Vaticaans Concilie konden deelnemen. Sindsdien is het regel dat tenminste alle stem- gerechtigde kardinalen de bisschopswijding moeten hebben ontvangen. Een uitzondering op deze regel kan gemaakt worden voor kardinalen die bij hun benoeming reeds 80 jaar of ouder zijn.
- Hoewel de Paus in principe vrij is in zijn keuze, geldt dat de hoogste kerke- lijke functionarissen, waaronder de prefecten van de congregaties van de Romeinse Curie, alsmede de aartsbisschoppen op eerbiedwaardige zetels per traditie voor dit ambt in aanmerking komen.
- Daarnaast komt het voor dat de Paus als blijk van bijzondere persoonlijke genegenheid en waardering enkele personen tot kardinaal verheft die geen bisschop, maar priester zijn. Bijna altijd betreft het dan kandidaten die reeds ouder dan 80 jaar zijn, zodat zij niet meer aan het conclaaf kunnen deelne- men. Een voorbeeld hiervan was Gustaaf Joos, pastoor van Landskouter in België en oude vriend van paus Johannes Paulus II, die hem in 2003, op 80-jarige leeftijd, tot kardinaal benoemde.

Aantal
- In de Middeleeuwen lag het aantal kardinalen doorgaans tussen de 20 en de 30, hoewel er maximaal 53 plaatsen te vergeven waren. Paus Sixtus V stelde in 1586 het maximum aantal kardinalen op 70, dit naar het voorbeeld van de 70 mannen die door Mozes (Exodus 24,1) en door Jezus (Lucas 10,1) gekozen werden.
- Onder paus Johannes XXIII steeg het aantal kardinalen echter tot boven de 80 en zag paus Paulus VI zich genoodzaakt om het maximumaantal op 120 te stellen, exclusief degenen die ouder dan 80 jaar en daardoor niet stemgerechtigd zijn.

Kledij
- Als kledij voor bijzondere gelegenheden draagt een kardinaal een zwarte toog (soutane) met schoudermantel, voorzien van een rode zoom, rode kno- pen en een rode sjerp. Eventueel kan hieroverheen een rode, tot de voeten reikende cape (It.: ferraiuolo) gedragen worden.
Koorkledij
- Als koorkledij draagt hij een volledig rode toog met rode sjerp, waaroverheen een rochet (met kant versierd halflang wit koorhemd met smalle mouwen) en tenslotte daaroverheen weer een rode schoudermantel (It.: mozetta). Als hoofd- deksel draagt een kardinaal hierbij een rode bon- net (It.: biretta) met drie opstaande ribben, maar zonder pompoen.
- Nog slechts heel zelden wordt bij plechtige gele- genheden hieroverheen de kenmerkende rode cap- pa magna gedragen: een zeer lange en wijde, vaak met hermelijn gevoerde mantel met een bre- de omslag om de schouders, die ook als een soort capuchon over het hoofd getrokken kon worden.
- Aangezien nagenoeg alle kardinalen tegenwoor- dig ook (aarts)bisschop zijn, dragen zij eveneens de bij die waardigheid horende attributen. Als bij- zonder teken van het kardinaalschap werd tradi- tioneel nog een met een robijn bezette kardinaalsring gedragen, maar tegen- woordig zijn de ringen doorgaans soberder uitgevoerd.

Symboliek
- Het (scharlaken)rood als kenmerkende kleur van het kardinaalschap staat als meest intense en koninklijke kleur niet alleen voor de verhevenheid van dit ambt, maar symboliseert ook dat kardinalen worden geacht de Kerk te verdedigen, zelfs als dit ten koste mocht gaan van hun eigen bloed en leven. Hiermee wordt tevens het bloed van de martelaren in herinnering geroepen.

Titulatuur
- Adressering: Zijne Excellentie N.N.
- Aanhef: Excellentie
- Aanspreektitel: Eminentie


Heraldiek
- Een kardinaal mag boven zijn wapenschild een rode prelatenhoed voeren, die ter aan- duiding van zijn rang aan weerszijden voorzien mag zijn van telkens 15 en dus in totaal 30 rode kwasten.
- Afhankelijk van of betreffende kardinaal tevens bisschop danwel aartsbisschop is, mag hij bovendien een gewoon, resp. twee-armig processiekruis achter zijn schild plaatsen.


Links
- Officiële Homepage: English - Deutsch - Français
- Wikipedia-artikelen: Kardinaal - Kardinal - Cardinal - Cardinal
- Artikel in de Catholic Encyclopedia: Cardinal (1908)
- Uitgebreide info en overzichten: Cardinals of the Holy Roman Church
- Standpunten van vele kardinalen: www.cardinalrating.com
- Website voor het conclaaf: De Pausmakers


Geschiedenis
- Kardinalen waren oorspronkelijk geestelijken die in het bisdom Rome werd- en ingeschakeld ("geïncardineerd") om speciale taken te verrichten: diakens om diaconale taken in de stad te verrichten, priesters om speciale vieringen te houden in de 28 hoofdkerken van de stad en bisschoppen van de omlig- gende suburbicaire bisdommen om speciale diensten in de kathedraal van het bisdom Rome, de Sint-Jan van Lateranen, te verrichten.
- Wat later kregen deze diakens de leiding over de 7 diaconiën van de stad en deze priesters de leiding over betreffende kerken, de zgn. titelkerken. De bisschoppen bleven evenwel tot 1962 pastoraal verantwoordelijk voor hun suburbicaire bisdommen.
- Hedentendage krijgen alle tot kardinaal benoemde geestelijken zo'n sub- urbicair bisdom, titelkerk of diaconaat toegewezen, waarmee zij pro forma deel gaan uitmaken van de Romeinse geestelijkheid (zie daarover: Titel- kerken). Dat is van belang omdat zij dan volgens de manier zoals die in de oudste tijden gebruikelijk was, gerechtigd zijn om een nieuwe bisschop te kiezen: de Paus.
- Als belangrijkste geestelijken van Rome werden de kardinalen al gauw de raadgevers van hun bisschop. Deze positie leidde ertoe dat in 1059 bepaald werd dat voortaan alleen zij een nieuwe bisschop en daarmee dus een nieuwe Paus mochten kiezen.

Theodor kardinaal Innitzer (1875-1955)
in koorkledij met cappa magna

- Vanaf de 11e eeuw werden in toene- mende mate ook priesters en bis- schoppen die elders in Europa verble- ven tot kardinaal verheven. Zij dien- den dan hun zetel op te geven en zich in Rome te vestigen. Toen in de loop van de 16e eeuw de rol van de kardi- nalen bij het bestuur van de wereld- kerk minder belangrijk werd, hoefden de kardinalen van buiten Rome niet meer permanent aldaar te verblijven. Iets dat nog heden ten dage zo is.
- De in Rome verblijvende kardinalen vervulden een rol die vergelijkbaar was met die van de adel aan het hof van een wereldlijk vorst. Zij hadden daar- door een zeer hoge status, die tot uitdrukking kwam in pompeuze statie en vaak grote weelde. Het grote verschil tussen de kardinalen en de wereldlijke adel was dat de kardinalen de volgende Paus konden kiezen en daardoor een meer directe invloed op hun "vorst" hadden dan de adel.


Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Erefuncties - naar boven


- APOSTOLISCH PROTONOTARIS -


Inleiding
- Apostolisch protonotaris is de hoogste erefunctie die de Paus aan ver- dienstelijke priesters kan verlenen.
- De begiftigde heeft recht op het voeren van de titel van Monseigneur (it.: Monsignore) en de afkorting P.A. (voor Protonotarius Apostolicus) achter de naam.

Kledij
- Als kledij voor bijzondere gelegenheden mag een apostolisch protonotaris een zwarte toog (soutane) voorzien van een rode zoom, rode knopen en een paarse sjerp dragen. Desgewenst mag daaroverheen een paarse cape (It.: ferraiuolo) gedragen worden, maar dit is grotendeels in onbruik geraakt.
- Als koorkledij mag hij onder de superplie (halflang wit koorhemd met wijde mouwen) een volledig paarse toga dragen.

Titulatuur
- Adressering: De Hoogwaardige Heer, Monseigneur N.N.
- Aanhef: Hoogwaardige Heer
- Aanspreektitel: Monseigneur


Heraldiek
- Apostolische Protonotarissen mogen boven hun wapenschild een paarse prelatenhoed met aan weerszijden telkens 6 en dus in totaal 12 af- hangende rode kwasten voeren.


Links
- Wikipedia-artikelen: Prothonotary - Monsignor
- Artikel in de Catholic Encyclopedia: Prothonotary Apostolic (1911)
- Artikel door Duane L.C.M. Galles: Chaplains of His Holiness


Geschiedenis
- In de late Oudheid waren er in Rome zeven regionale notarissen, die met het uitdijen van de pauselijke administratie uitgroeiden tot de hoogste nota- rissen van de pauselijke kanselarij en die in het Latijn notarii apostolici of protonotarii werden genoemd. In de Middeleeuwen werden zijn vaak direct vanuit dit ambt tot kardinaal benoemd. Paus Sixtus V (1585-1590) ver- hoogde hun aantal tot twaalf, maar hun invloed nam geleidelijk aan af. Ten tijde van de Franse revolutie was dit ambt nagenoeg verdwenen.
- Paus Gregorius XVI herstelde op 8 februari 1838 het college van protono- tarissen, bestaande uit zeven leden die protonotarii de numero participan- tium genoemd werden omdat zij gelijkelijk deelden in de opbrengsten van hun werk.
- Sinds de 16e eeuw benoemden de pausen ook honoraire protonotarissen, die dezelfde privileges genoten als de zeven oorspronkelijke protonotarissen, en titulaire protonotarissen, die een vergelijkbare functie bekleden in de organisatie van hun bisschop of collegiaal kapittel.

1905
- Paus Pius X beschreef in zijn motu proprio Inter multiplices van 21 februari 1905 de volgende vier klassen van protonotarissen:
* Protonotarii apostolici de numero participantium, die diverse daadwerke- lijke taken verrichten in de pauselijke kanselarij.
* Protonotarii apostolici supranumerarii als een waardigheid die alleen kan worden verleend aan de kanunniken van de drie Romeinse aartsbasilieken en aan die van kathedrale kapittels aan wie dit priviliege is verleend.
* Protonotarii apostolici ad instar, die worden benoemd door de Paus en dezelfde uiterlijke insignes mogen dragen als de echte protonotarissen.
* Protonotarii titulares seu honorarii als een waardigheid die door de nuntius of als speciaal gunstbewijs kan worden verleend aan geestelijken buiten Rome.

1968
- Paus Paulus VI reduceerde bij motu proprio Pontificalis Domus van 28 maart 1968 en Pontificalia Insignia van 21 juni 1968 deze vier klassen tot twee:
* Protonotarii apostolici de numero, die het werk van het oude College van Protonotarissen voortzetten en alszodanig nog steeds enkele kanselarijtaken verricht- en. Deze protonotarissen hebben dezelfde voorrechten als de hier- boven genoemde protonarissen die hun ambt als erefunctie bekleden, maar mogen bovendien bij de koorkledij een rochet met daaroverheen een paarse mantelletta (halflang mouwloos bovenkleed) dragen. Als hoofddeksel mogen zij bovendien een zwarte biretta met rode pompoen dragen.
* Protonotarii apostolici supernumerario als zijnde een waardigheid die de Paus als gunstbewijs kan verlenen aan verdienstelijke priesters.
- Het recht op het beperkt gebruik van enkele zgn. pontificalia, zoals een witte mijter, ring, handschoenen en borstkruis, zoals protonotarissen vóór deze her- vorming genoten, werd afgeschaft op grond van de gedachte dat bisschoppelijke insignia voorbehouden dienen te blijven aan bisschoppen.


Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Erefuncties - naar boven


- EREPRELAAT VAN Z.H. DE PAUS -


Inleiding
- Ereprelaat van Z.H. de Paus is de op één na hoogste erefunctie die de Paus aan verdienstelijke priesters kan verlenen.
- De begiftigde heeft recht op het voeren van de titel van Monseigneur (it.: Monsignore).

Begiftigden
- De titel ereprelaat wordt slechts incidenteel aan Nederlandse priesters verleend. Een voorbeeld is mgr.drs. Joris Schröder, voormalig vicaris-generaal van het bisdom Den Bosch, die in juli 2008 met deze titel begiftigd werd.

Kledij
- Als kledij voor bijzondere gelegenheden mag een ereprelaat een zwarte toog (soutane) voorzien van een rode zoom, rode knopen en met een paarse sjerp dragen.
- Als koorkledij mag hij onder de gebruikelijke superplie (halflang wit koor- hemd met wijde mouwen) echter een geheel paarse toog dragen.

Titulatuur
- Adressering: De Hoogwaardige Heer, Monseigneur N.N.
- Aanhef: Hoogwaardige Heer, Monseigneur
- Aanspreektitel: Monseigneur


Heraldiek
- Ereprelaten van Z.H. de Paus mogen een paarse prelatenhoed voeren, met aan weerszijden telkens 6 en dus in totaal 12 afhangende paarse kwasten.


Links
- Wikipedia-artikel: Monsignor
- Artikel door Duane L.C.M. Galles: Chaplains of His Holiness


Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Erefuncties - naar boven


- EREKAPELAAN VAN Z.H. DE PAUS -


Inleiding
- Erekapelaan van Z.H. de Paus is de laagste erefunctie die de Paus aan verdienstelijke priesters kan verlenen.
- De begiftigde heeft recht op het voeren van de titel van Monseigneur (it.: Monsignore).

Begiftigden
- Als laagste erefunctie wordt de titel van Erekapelaan regelmatig verleend. Jaarlijks valt ook ongeveer een tiental Nederlandse priesters deze eer te beurt.

Kledij
- Als kledij voor bijzondere gelegenheden mag een erekapelaan het zgn. 'klein paars' dragen: een zwarte toog (soutane) voorzien van een paarse zoom, paarse knopen en een paarse sjerp.
- Als koorkledij draagt hij daaroverheen een superplie (halflang wit koorhemd met wijde mouwen), niet anders als voor alle priesters is voorgeschreven.

Titulatuur
- Adressering: De Hoogwaardige Heer, Monseigneur N.N.
- Aanhef: Hoogwaardige Heer, Monseigneur
- Aanspreektitel: Monseigneur


Heraldiek
- Erekapelaans mogen boven hun wapenschild een zwarte prelatenhoed met aan weerszijden telkens 6 en dus in totaal 12 afhangende paarse kwasten voeren.


Links
- Wikipedia-artikel: Monsignor
- Artikel door Duane L.C.M. Galles: Chaplains of His Holiness


Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Erefuncties - naar boven


- KAMERHEER VAN ZIJNE HEILIGHEID -


Inleiding
- Kamerheer van Zijne Heiligheid (It.: Gentiluomine di Sua Santità) is een erefunctie die de Paus kan verlenen aan leken van zowel adellijke als bur- gerlijke afkomst.

Taken
- Deze erefunctie geeft recht op het bij toerbeurt dienstdoen als kamerheer in het Apostolisch Paleis, danwel in de pauselijke zomerresidentie in Castel Gandolfo. Daarbij wordt de bij deze functie behorende verguld zilveren keten met de pauselijke insignes gedragen.

Begiftigden
- Begiftigden zijn tegenwordig vooral Italiaanse notabelen en edelen. Voor deze functie bestaat een lange wachtlijst en de selectie is zeer streng.


Paus Johannes Paulus II met achter hem een kamerheer
die de bij zijn ambt behorende verguld zilveren keten
met de pauselijke insignes draagt.






Literatuur
- G.N. Westerouen van Meeteren: Op zoek naar de pauselijke adel, in: De Nederlandse Leeuw, Vol. CXVIII (2001) No. 5-6, Kol. 467-490


Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Erefuncties - naar boven


- KANUNNIK -


Inleiding
- De erefunctie van kanunnik wordt niet door de Paus, maar door bisschop- pen verleend aan verdienstelijke of aanzienlijke priesters van hun bisdom- men. Uiteraard kan ook de Paus dit doen in zijn hoedanigheid van bisschop van Rome.
- Als kanunniken zijn deze priesters lid van het kathedrale kapittel, dat aan de kathedrale kerk verbonden is en als adviescollege van de bisschop fun- geert.
- Als blijk van waardering worden soms ook wel erekanunniken benoemd, die niet aan de kapittelbijeenkomsten deelnemen. Meestal betreft het hierbij priesters van buiten het bisdom.

Reguliere kanunniken
- Naast de hier besproken zogenoemde seculiere (wereldlijk levende) kanun- niken zijn er ook reguliere kanunniken. Deze leven volgens een regel en zijn niet aan een kathedrale, maar aan een abdijkerk verbonden. Zij worden ook niet door een bisschop benoemd, maar kunnen, indien zij aan de vereisten voldoen, eigener beweging toetreden.
- De taak van reguliere kanunniken is dan ook niet het adviseren van een bisschop, maar het lezen en zingen van het dagelijkse koorgebed, hetgeen oorspronkelijk de taak van alle kanunniken was.

Kanunnik in koorkledij

Kledij
- Als koorkledij dragen kanunniken een rochet (halflang en met kant versierd wit koorhemd met smalle mouwen) over een zwarte toog (soutane). In sommige landen werd het rochet vroeger ook wel vervangen door een smalle, over de schouders afhangende linnen strook.
- Bij plechtige gelegenheden werd in het ver- leden over deze koorkledij wel een cappa magna gedragen: een wijde mantel met een brede schouderomslag, die voor kanunniken voorzien was van wit bont met zwarte strepen (zie afbeelding).

Titulatuur
- Adressering: De Hoogeerwaarde Heer N.N.
- Aanhef: Hoogeerwaarde Heer
- Aanspreektitel: Mijnheer Kanunnik

Heraldiek
- Kanunniken mogen boven hun wapenschild een zwarte prelatenhoed met aan weerszijden telkens
3 en dus in totaal 6 afhangende zwarte kwasten voeren. Eventuele erekanunniken voeren dezelfde heraldische tekenen.

Privileges
- De kanunniken van sommige kapittels hebben op grond van een aan hun kapittel verleend privilege recht op het voeren van de voorrechten die verbonden zijn aan de functies van erekapelaan, ereprelaat of zelfs van apostolisch protonotaris. Dat houdt in dat alle leden van zulke kapittels de bij die erefunctie behorende kledij mogen dragen en de betreffende heraldische tekenen mogen voeren. Het verlenen van zulke privileges is uitdrukkelijk aan de Paus voorbehouden.


Links
- Wikipedia-artikelen: Kanunnik - Kanoniker - Canon
- Artikel in de Catholic Encyclopedia: Canon (1908)
- Over de kledij van kanunniken: Dappled Photos - Canons


Geschiedenis
- Naast de seculiere kanunniken die een kathedraal kapittel vormden, waren er totaan de Franse tijd ook seculiere kanunniken die aan andere, niet- kathedrale kerken verbonden waren. Zij vormden dan een collegiaal kapittel en de betreffende kerk heette een collegiale of kapittelkerk.
Kanunnikenhuis in Borgloon, België
- Deze kanunniken leefden in een besloten gemeenschap, echter niet zoals kloosterlingen in één gebouw, maar in afzonderlijke huizen op een afgesloten terrein (Lat.: claus- trum) rondom of nabij hun kapittel- kerk. In vele Europese steden zijn nog kanunnikenhuizen te vinden, die vaak getuigen van de grote rijkdom van de kapittels.
- Anders dan de reguliere kanun- niken leefden de seculiere kanun- niken niet volgens een specifieke regel en mochten zij, naast de deelname in het gemeenschappe- lijke kapittelvermogen, ook per- soonlijk bezit hebben. Zij legden immers geen gelofte van armoede af.
- De kanunniken waren voor hun inkomen afhankelijk van een zgn. prebende of prove. Dat waren inkomsten uit bijv. onroerend goed dat aan een bepaalde kerk was geschonken of nagelaten met het doel er een priester van te onderhouden. Het aantal kanunniken was dus afhankelijk van het aantal prebenden dat beschikbaar was. Nieuwe kanunniken moesten daarom wachten tot er een prebende vrijkwam. Tot die tijd werden zij expectanten genoemd.
- Kapittels van seculiere kanunniken komen voort uit groepen priesters die al in de begintijd van het Christendom aan bepaalde kerken verbonden waren. In de 12e eeuw ontstonden er naast deze seculiere ook reguliere kanunniken die zich onderwierpen aan de regels van Augustinus. Hieruit kwam onder meer de Premonstratenzerorde voort, ook wel bekend als Kruis- of Witheren.
- Door de toenemende rijkdom van de kathedrale en collegiale kapittels werd het ambt van seculier kanunnik steeds aantrekkelijker. Vooral de jongere

Desiderius Erasmus
zonen van de adel konden in deze functie een goedverzorgd leven leiden, zonder het familie- vermogen te belasten. Bovendien was het een goede entree voor een verdere kerkelijke car- rière.
- De toenemende rijkdom van de kanunniken leidde er echter ook toe dat zij hun religieuze taken vaak tegen betaling overlieten aan vica- rissen. Daar staat tegenover dat zij zich hier- door meer aan bijvoorbeeld kunst en weten- schap konden wijden. De eerste hoogleraren aan de in de late middeleeuwen opgerichte universiteiten en hoge scholen waren vaak seculiere kanunniken. Zo was bijvoorbeeld de Poolse geleerde Nicolaus Copernicus (1473-1543) een seculier en de Rotterdamse wijsgeer Desiderius Erasmus (1466-1536) een regulier kanunnik.


Home > Pausschap > Gunstbewijzen > Erefuncties - naar boven


© Januari 2005 -